Al mijn herinneringen zijn nu eenzaam

Mijn Vader en Ab

Warnsveld/Breda, 7 december

Mijn broer is dood.
En al mijn herinneringen zijn nu eenzaam.

Samen een kamer delen,
In de keuken is de trap naar boven.
De grote antieke keuken zonder waterkraan,
Voor water moet je naar de aangrenzende schuur,
En onze moeder kookt nog op butagas.
Op zaterdag in bad in de zinken teil,
De kokosmat in de keuken doet zeer aan de doorweekte voeten.

Het buitenleven aan de Voorsterallee,

Altijd buiten, in ons paradijs.
De boomgaard,
De groentetuin,
De kippenschuur.

De grote schuur met de spannende zolder,
De kat heeft het vlees uit de braadpan gestolen,
en zoek een goed heenkomen op zolder.
Samen in de postkoets, gemaakt van tafels en een laken,
We zitten op de bok met kersen aan onze oren,
We gaan op reis, cowboyhoed op, naar het wilde westen.
Samen in de zandbak,
En gat graven tot Australië.

Samen lopen naar de school
en na de verhuizingen een andere, spannende, weg.
Samen de nieuwe vriendjes ons spannende oude huis laten zien
die leeg staat om gesloopt te worden,
En rennen voor de politie
die gewaarschuwd is door die flauwe buren.
Figuurzagen in de kamer op zondag in de pyjama.

Dan ga je naar de middelbare school.
Er gaat een nieuwe wereld voor je open.
Jongens en meisjes om je heen,
Ze worden dan al aangetrokken door jouw charisma.
Ik kijk met bewondering naar je op,
Mijn grote broer.

In de slipstream van de jaren 60 discussieert iedereen over de wereld problemen.
Vietnam, oliecrisis, Joop den Uyl, Salvatore Allende.
Iedereen hangt wat rond, In het keldertje, in de koffiebar Black out,
Of bij Nel en Dick Kapitein in het café.
De echte wereld opent zich als je op het Graffel gaat werken.
Je eerste, eigenlijk tweede keer, samenwonen in Warnsveld op de Rijksstraatweg.
Jij altijd samen met Gert van der Boezem, eindeloos platen draaien.
Gert met een platencollectie waar een winkel jaloers van zou worden.
Ons eerste grote meningsverschil:
mij is het vanaf ‘bicycle race’ duidelijk dat Queen waardeloze muziek maakt, daar denk jij anders over.

In die tijd kunnen we nog lekker Interessant doen over literatuur en muziek.
Jouw eerste poëzie pogingen verschijnen.
Tiemen wordt geboren, Ab is trotse vader.
Vier jaar later wordt ook Tole geboren in een zomerhuisje.

Je verhuist naar Breda waar jij je zo thuis voelt.
Waarschijnlijk toch een Brabander.

Ab is mijn grote broer, mijn inspirator,
Ieder van ons heeft zijn eigen stukje Ab.
Mooie belevenissen, trieste feestelijke.
Door deze belevenissen te herdenken, op te schrijven, te delen, vooral met Tiemen en Tole zal Ab altijd in ons hart en in ons leven blijven.

Ab is dood gegaan, een activiteit als op reis gegaan.
Voor de manier waarop ik in het leven sta eindig de weg van Ab niet met de dood.
Voor mij is leven leren en leren eindigt niet.
Voor mij gaat Ab verder, het leren gaat verder, de reis gaat verder, maar hij komt veilig aan.

Daarom afsluitend een paar regels van de Twentse Willem Wilmink, hoewel Ab oorspronkelijk uit de Achterhoek komt.

In ’t Nederlands is iemand dood gegaan,
Over zijn reis wordt nooit meer iets vernomen.
In het Twents is iemand uit de tijd gekomen,
Dus je weet zeker: hij kwam veilig aan.

Dit bericht is geplaatst in Persoonlijke gebeurtenissen. Bookmark de permalink.