Menselijk kapitaal

In ‘Het Financieele Dagblad’ van zaterdag 10 december 2011 viel mijn oog op een artikel van Frits Conijn. Een déjà vu was het gevolg.

‘Relatief is er wel veel veranderd in het vakgebied. Waar personeelszaken vaak een aparte stafafdeling was, zijn de managers nu regelmatig betrokken bij de primaire bedrijfsprocessen. Dat betekent dat het personeelsbeleid tot stand komt in samenspraak met de andere afdelingen in het bedrijf. Daarbij wordt bijvoorbeeld de vraag gesteld welke capaciteit nodig is om dezelfde productie te blijven leveren of om die te kunnen verhogen. Zeker in deze tijd van vergrijzing heeft de strategische personeelsplanning vaak de prioriteit.
‘Daarmee wordt de invloed van de personeelsmanagers groter’, zegt Cöhr. ‘Zij zitten regelmatig aan de directietafel en moeten dan meedenken over de strategie van de onderneming. Want wat mogelijk is, wordt immers voor een groot deel bepaald door de kennis en kunde die in de organisatie aanwezig is, nu en in de toekomst.
Handig dus om deze mensen van het begin af aan bij zaken te betrekken.’

Nu wil ik het niet hebben over een tijdsgebonden thema als vergrijzing, maar verder lijkt dit stuk geschreven in 1995. In 1995 noemden wij dit ‘Strategisch personeelsbeleid’ en in het verlengde daarvan ‘ Strategische personeelsplanning’. En wat lees ik in het artikel:

‘Nadat de doelstellingen zijn geformuleerd, gaat de personeelsmanager formuleren hoe die ingevuld moeten worden. Tijdens de zogenoemde strategische personeelsplanning vraagt hij of zij zich af welke maatregelen nodig zijn om over zeg vier jaar voldoende en goed opgeleide mensen in het werknemersbestand te hebben.’

Al in de jaren ’90 van de vorige eeuw waren de belangrijke thema’s personeelsmanagement terug in de lijn en de personeelsmanager aan tafel bij het management overleg. Tot zover niets nieuws in het artikel.
Nieuw is ook niet om personeelsmanagement HRM te noemen. Human  Resource Management. Het managen van de menselijke bron die nodig is om product of dienst te realiseren. De menselijke bron, of het machine park, of de financiële middelen. Het maakt niet uit. Ook in dit artikel wordt nog maar eens herhaald:

‘het menselijk kapitaal is een van de belangrijkste bezittingen van deze organisatie.’

De mens als middel en probleem

En daar gaat het mis. Terug naar het paternalisme van de negentiende eeuw. Beste managers, de mens is geen bezit van de organisatie. Er is helemaal geen organisatie zonder mensen. Een veel gebruikte definitie onder andere in het bekende boek ‘Organisatie en Management’ van Marcus en van Dam luidt: ‘Een organisatie is elke vorm van menselijke samenwerking voor een gemeenschappelijk doel’.

Samenwerken voor een gemeenschappelijk doel. Helemaal niet een menselijke bron die je te pas en te onpas kunt uitputten om winstmaximalisatie te bereiken. De mens is geen eigendom en de menselijke waarde is niet in geld uit te drukken.
Mijn déjà vu wordt dus veroorzaakt door een vernieuwing in het personeelsmanagement die niet nieuw is en een houding ten opzichte van personeel, of medewerkers, die veel weg heeft van het paternalisme van de negentiende eeuw.

Amsterdam, Foeliestraat 28 en bewoners. Uit: Koninkrijk vol sloppen, Auke van der Woud, 2010, p. 189.

Minister Henk Kamp van sociale zaken heeft deze week een nieuw idee geïntroduceerd. De werkloze moet niet op de bank blijven zitten maar verhuizen naar daar waar het werk is. Alweer krijg ik een déjà vu. Was dat ook niet de discussie in de jaren ’80 van de vorige eeuw? En trokken niet in de negentiende eeuw veel mensen van het platteland naar de grote stad op zoek naar werk? En was daarvan niet het gevolg slechte woonsituaties in krotten en sloppen? Mensen uitgebuit door fabriekseigenaren en huisjesmelkers?

Het idee van Henk Kamp heeft natuurlijk wat bezwaren. Het beleid van de regering is dat beide partners werken. Liefst ook nog tot 67. Maar ga ik verhuizen naar een ander deel van het land en neem ik dan mijn partner mee; die dus maar ontslag moet nemen? Of ga ik verhuizen voor een tijdelijke baan? De regering wil toch flexibiliteit van arbeid? Dus vooral niet een vaste baan. En wat als ik die tijdelijk baan kwijt raak? Opnieuw verhuizen? Naar welke school moeten mijn kinderen dan? Steeds naar en andere?

Ik begrijp Henk Kamp wel. De mens is kapitaal: ‘Het belangrijkste bezit van een organisatie’. De mens is handelswaar op de arbeidsmarkt. Een déjà vu? Terug naar de negentiende eeuw?

Dit bericht is geplaatst in Maatschappij en Economie. Bookmark de permalink.